Alles wat u moet weten over lintzaagmachines

You Are Here: Home / Informatie / Alles wat u moet weten over lintzaagmachines
  1. De juiste zaaglint dikte. Bij snel draaiende lintzaagmachines mag de dikte van het zaaglint maximaal één duizendste van diameter van het lintzaagwiel zijn. Bij kleinere lintzaagmachines mag hier enigszins van worden afgeweken, voor zover de handleiding van uw machine dit toestaat.
  2. Zaaglint inregelen. Dunne zaaglinten worden zo over de wielen ingeregeld dat de rug van het zaaglint in het midden van het wiel loopt. Bij bredere zaaglinten moeten de tanden met voor de rand van het wiel uitsteken.
  3. Lintzaag op spanning brengen. Veel zaaglinten hebben een schaal waarop de spanning kan worden afgelezen. Slechte spanning kan bolle/holle zaagsneden op leveren. De spanning is goed wanneer het zaaglint met lichte druk maximaal ½ tot 1 cm zijwaarts kan worden gedrukt. Tijdens het proefdraaien mag het zaaglint niet gaan trillen. Verlaag of verhoog de spanning dan minimaal.
  4. Omleggen zaaglint. Stekker uit stopcontact. Spanning van bovenste wiel afhalen. Voor het inspannen van het zaaglint eerst alle geleidingen. (geleidingsstiften of lagers) losdraaien en iets terug stellen. Eventueel los-vast zetten. Zaaglint omleggen, op spanning brengen. Bovenste wiel met de hand ronddraaien. Nadat het zaaglint goed en constant over de wielen loopt, de geleidingen instellen. Lagers of stiften mogen het zaaglint net niet raken. De lagers aan de rugzijde van het zaaglint met ca. 1 mm tussenafstand instellen. De zijgeleiders mogen de tanden niet raken.
  5. Zaaglint ontspannen. Wordt de machine enige tijd niet gebruikt dan verdient het aanbeveling de spannen van het zaaglint af te halen. Een vast aantal slagen losdraaien. Bij het inspannen weer het aantal vaste slagen vastdraaien. Spanning controleren. Ontspanning voorkomt metaalmoeheid van het zaaglint. Tevens kan het voorkomen dat de lintzaagwielen vervormen.
  6. Zaaglint moet scherp zijn. Botte zaaglinten verlopen, wijken af en worden heet. Ook uw te zagen materiaal verbrand.
  7. Houtdraad. Voor zagen met de houtdraad mee is een grover zaaglint geschikter. Dwars op de houtdraad en bij het afkorten van hout kan een zaaglint wat normaal geschikt is voor hout tot 5 cm dik, ook prima een balk van 10 cm afkorten.
  8. De tandzetting. Door de tandzetting (de tanden staan om en om. Links-rechts-links-rechts) Deze zetting geeft in hout de beste afwerking. De zetting is iets breder dan het zaaglint en schept daardoor de mogelijkheid om bochten te zagen. Door veel bochten te zagen kan de zetting afnemen. Met dat zaaglint lukt het niet meer om recht te zagen. Als de zijgeleidingen de tanden raken, kan de zetting afnemen.
  9. Recht zagen. Recht zagen of schulpen (resawing) lukt alleen met een scherp redelijk grof vertand zaaglint. De zetting moet goed zijn. Gebruik bij voorkeur voor veel bochten zagen en schulpen verschillende zaaglinten. Een zaaglint vertoont vaak drift / afwijking. Het is dan moeilijk langs een langs geleider recht te zagen. Dit kan soms worden ondervangen door de langs geleider minimaal te laten afwijken.
  10. Doorvoersnelheid. Laat uw zaaglint het werk doen en forceer niet. Bij een grof zaaglint zal de doorvoer sneller gaan dan bij een fijn zaaglint.
  11. Standtijd. De periode dat de tanden scherp blijven is afhankelijk van het type lint dat u gebruikt. Ook de te zagen materialen hebben grote invloed. Met name in hardere houtsoorten hebben de inductie geharde hardpoint zaaglinten de voorkeur. Ook de geharde Carbon-flex zaaglinten hebben een prima stand tijd in hout.
  12. De las. Een fabriekslas heeft de voorkeur. De apparatuur die gebruikt wordt is volledig afgestemd op de te lassen zaaglinten. Een zaaglint is zo goed als zijn las. Ook moet de last goed zijn afgewerkt en geen onregelmatigheden vertonen. Deze kunnen voor zaagbreuk zorgen.
  13. Zaagbreuk. Oorzaken zijn: Zaaglint bot. Te weinig tandzetting. Zaaglint te fijn voor de werkzaamheden. Slechte las. Wrikken ( het zaaglint niet zijn werk laten doen). Te breed zaaglint voor de te zagen bocht.
  14. Zaaglint maakt lawaai. Het zaaglint loopt aan bij de geleidingen. Geleidingsstiften of lagers losmaken en opnieuw instellen. Een slecht gelast lint kan “tikken”. Tikt tegen geleidingen of ruglager. De las licht afslijpen door tijdens het draaien van de machine –voorzichtig – een wetsteen tegen de rug van het zaaglint aan te houden.
  15. Nieuwe zaaglint lijkt bot. Controleer of de zaagpunten de juiste richting hebben. Ze moeten naar het hout “wijzen”. Eventueel zaaglint afnemen en binnenste-buiten vouwen, zodat de punten de juiste richting hebben.
  16. Trilling in zaaglint. Spanning verhogen of verlagen. Het zaaglint is mogelijk te grof.
  17. De tandholtes lopen vol. Te fijne vertanding. Te hoge aanvoersnelheid. De lintzaagmachine heeft een te hoog toerental.
  18. Zaaglint blijft in het hout stilstaan. Aanvoersnelheid te hoog. Het zaaglint heeft te weinig zetting. Het zaaglint is te breed voor de bocht. Ook kan er werking in het hout zelf zijn waardoor de zaagsnede dichttrekt. Zet de machine uit en sla een kleine keg in de zaagsnede achter het zaaglint. Zet de machine daarna pas weer aan.
  19. Tandsteek=TS. (Toothpitch) De tandsteek is de afstand in mm van tandpunt tot tandpunt. De benaming voor de grofheid in vertanding van hout zaaglinten. Lintzagen. Lintzaagblad.
  20. TPI=Teetht Per Inch. Het aantal tanden per 2,54 cm. De benaming voor de grofheid in vertanding bij metaal zaaglinten. Bandzagen. Zaagbanden.
  21. 21. Breedte van het zaaglint. Kies het zaaglint normaal gesproken zo breed mogelijk. Als je een ronding van een cd (diameter ca 12 cm) wilt zagen, dan kan dat met een 8 mm lint, maar bij voorkeur met een 10mm zaaglint. De minimale te zagen bocht bepaald de breedte. Dit met inachtneming van de gebruiksaanwijzing van uw machine.
  22. 22. Zaagsnede hol / bol. Verhoog de bandspanning. Stel de geleidingen goed in. Kies de juiste tandsteek. Mogelijk is het zaaglint bot.
  23. Afgestripte tanden. Voornamelijk bij metaal zaagbanden. Vertanding te grof. Bandsnelheid niet juist.
  24. 24. Ruglager loopt mee. Ruglager iets terugstellen. Mogelijk loopt het zaaglint niet goed over de wielen. Eerst de geleiding losmaken en terugstellen. Lint moet rustig en constant over de wielen lopen. Geleidingen instellen. Ruglager met ca.1 mm tussenafstand.
  25. Zaagsnelheid. Als deze te laag is, dan een grover zaaglint gebruiken. Toerental van lintzaagmachine sneller kiezen. (voor zover mogelijk). De motor van een lintzaagmachine heeft meestal ca 1400 t/min. De snelheid van het zaaglint wordt bepaald door de diameter van de motor en machine poelie. Lintzaagmachines met meerdere toerentallen hebben betere prestaties bij verschil in materialen. Metaal bandzagen hebben een lagere snelheid.
  26. Zaagsnede verloopt. Drift. Verminder de doorvoersnelheid. Controleer de correcte afstelling van de geleidingsstiften en lagers. De zaaglintspanning is te laag. De tandzetting is niet meer goed.
  27. Het zaaglint verdraait. (“ wokkel” ). Te kort door de bocht. Te breed zaaglint. Laat het zaaglint het werk doen. Niet forceren. Mogelijk bandspanning iets verlagen.
  28. Afwerking te ruw. Te grof zaaglint. Zaagsnelheid te laag.
  29. Fineer zagen lukt niet. Kies een fijnere vertanding. Carbon-flex 24 TPI. Plak het fineer met tape op een afvalstuk triplex of multiplex. Zaag ze tezamen met een fijne tandsteek.
  30. Koeling. Bandzagen voor metaal hebben koeling nodig. Met lintzaagmachines voor hout kunnen alleen zachte( dun staal 37 ) of non ferro metalen zonder koeling worden gezaagd.
  31. Koolstof staal = Carbon Flex. Staal uit ijzer met toevoeging van koolstof.
  32. Carbon-Flex = naam typering voor koolstof zaaglinten van deHoutdeler. Geschikt voor hout, kunststof , maar met name de traditionele bandzaag voor zachte metalen. (staal37 of non ferrous metalen als aluminium en messing.) In veel landen nog altijd een traditioneel houtzaaglint. In Nederland en naburige landen achterhaald door chroomstaal
  33. 33. Hardpoint. Zaaglint met inductie geharde vertanding, voor langere standtijd. Bij Lintzaagshop.nl gemaakt van de beste kwaliteit chroomstaal. Hoogwaardig Zweeds Uddeholmstaal.
  34. Standard-chroom.= naam typering voor traditionele houtzaaglinten. Bij Lintzaagshop.nl gemaakt van het beste Zweedse Uddeholm chroomstaal. Een kwaliteits product.
  35. Uddeholm. Uddeholm heeft een reputatie als betrouwbare leverancier van hoogwaardige gereedschapsstalen. Een wereldbedrijf. Oorsprong 300 jaar geleden in Zweden. Sinds 1930 in Nederland. Het kwaliteits gereedschapsmerk Sandvik / Bahco maakt gebruik van Uddeholm staal. Niet meer weg te denken in de wereld van lintzagen.
  36. Inch. Engelstalige Meeteenheid gebruikt in TPI=Teeth Per Inch. 6TPI= 6 tanden per 2,54 cm. Omgerekend naar Tandsteek= TS4. (van tand tot tandpunt 4 mm).
  37. Bandzaag. In Nederland de benaming voor horizontale metaal lintzaagmachines. De Engelse vertaling Bandsaw wordt gebruikt voor zowel hout-als metaal lintzaagmachines.
  38. Lintzaag. De Nederlandstalige benaming voor verticale (rechtopstaande) lintzaagmachines voor hout.
  39. Houtdeler. Iemand die hout zaagt en informatie daarover deelt.
  40. deHoutdeler. Ger.